Hoe werken we deze pijlers uit in onze school?

1. Verantwoordelijkheid 

Vanaf de 1e kleuterklas wordt er gewerkt met basistaken. Dit zijn taken die binnen een bepaalde periode (bv. 2 dagen, een week,...) af moeten zijn. Dit wordt opgebouwd naar het 6e leerjaar toe aan de hand van planningsborden en planningsdocumenten. 
De juf of meester blijft steeds ter beschikking voor hulp tijdens het zelfstandig werken (zowel zelfstandig als samen met een klasgenootje of als werken aan een project in groep). 
De zorgtaken beginnen ook in de 1e kleuterklas. Dit kan gaan over opruimen, de verfborstels uitwassen, de tafeltjes poetsen, ... in de klas. Maar een zorgtaak kan ook zijn dat een leerling van de derde kleuterklas helpt jasjes aandoen bij de peuters of een leerling van het derde leerjaar die helpt op de fruitdag fruit uitdelen aan de andere leerlingen. 

Naast deze taken heeft ieder kind in de lagere school (in de kleuterschool zijn er veel keuzetaken) recht op een half uur per week keuzetaken. Deze zijn opgemaakt in functie van de eindtermen. Een keuzetaak kan zijn: een smartgame oplossen, een powerpoint maken, een kleuter of andere leerling een spel uitleggen, … . 

Daarnaast worden er ook nog eigentaken voorzien vanaf het derde leerjaar. Dit kan voor een leerling herhaling of verdieping zijn van leerstof. Ook kan dit leerstof zijn in de interessesfeer van het kind, bijvoorbeeld Engelse woorden leren. 

2. Zelfstandigheid 

Kinderen leren door hun verantwoordelijkheid meer zelfstandig te zijn. Ze durven sneller vragen te stellen, ze leren omgaan met zelf plannen en uitvoeren, ze leren een geschikte werkplek te kiezen voor hun taken (een keuzetaak kan ook in de gang gemaakt worden als je maar je verantwoordelijkheid draagt).
In de kleuterklassen wordt dit extra in de verf gezet door hun talentenboom. Een kleuter kan bijvoorbeeld zelf zijn veters strikken en leert dit talent weer aan een andere kleuter die het op zijn beurt ook weer verder zet. 

3. Samenwerken 

Vanaf de 1e kleuterklas is er een maatjesbord aanwezig. Hierop zijn al de namen of foto’s van de kinderen uit hun groep te zien. Zo leren ze tijdens maatjeswerk samenwerken met elkaar. Dit kan een vriendje zijn of net iemand die je niet zo graag hebt. In de samenleving moeten we ook met en van elkaar leren, samenwerken met elkaar (hier kan je ook niet altijd kiezen met wie dit is) .
Ook kan het samenwerken klas overschrijdend zijn. Zo wordt er veel samengewerkt tussen de kleuterklassen onderling, de 3e kleuterklas en het 1e leerjaar van het lager onderwijs. 

4. Effectiviteit 

We houden ons aan de eindtermen voor basisscholen opgelegd door de overheid. We proberen ze wel op een aangename manier aan te leren. Dit kan door doe-taken. Het aanbrengen van de liter onthoud je beter door flessen en andere materialen te vullen met water en te vergelijken met 1 liter dan dit klassikaal op het bord te brengen. Dingen over de natuur leer je het best door de natuur in te trekken. Diersoorten leer je door op 2- daagse te gaan naar de ZOO,... .
We verliezen echter de klassikale momenten voor nieuwe leerstof niet uit het oog. Nadat de nieuwe leerstof klassikaal is aangebracht kan het zijn dat je deze door te oefenen reeds onder de knie hebt en verder kan met andere taken, maar het kan ook zijn dat je nog eens een herhaling van de juf nodig hebt. 

5. Reflectie 

Je kan op verschillende momenten reflecteren met je leerlingen. Dit kan na één activiteit door samen te vatten wat we geleerd hebben. Het kan ook na een dag en bekijken of we voldoende gewerkt hebben aan onze basistaken of dat we ons moeten herpakken bij het leren. Het kan ook na een toffe GWP week door na te gaan hoe de ervaring was om een week van huis weg te zijn en wat we daar geleerd hebben. We kunnen ook reflecteren op de actualiteit door Karrewiet te kijken, en nog zo veel meer. 

6. Borging 

We creëren een doorgaande lijn via onze borden en pasjes die we gebruiken. 
Het maatjesbord is aanwezig van de 1e KK t.e.m. het 6e leerjaar. 
Plannen leren we in de kleuterschool en de 1e graad met een planningsbord en dagkleuren.
Vanaf de 2e graad werken we met een planningsdocument en diezelfde 
dagkleuren. 
Het weekschema met de aangeduide klassikale lessen en daltontaakuren gebruiken we vanaf het 1e leerjaar t.e.m. het 6e leerjaar. 
Vanaf het tweede leerjaar worden er gangpasjes gebruikt voor daltontaakuren. 
Kinderen die deze aandoen mogen zelfstandig (onder bepaalde voorwaarden) in de gang werken. 
De kinderen op onze school weten dus waar ze aan toe zijn in de volgende jaren daar er intensief wordt gewerkt, zowel samen als individueel.